Paardensport

Geschiedenis van Paardensport

Jaren geleden hebben de mens en het dier het paard elkaar ontmoet. Dit was ongeveer anderhalf miljoen jaar terug. Het paard werd rond 3500 v. Christus afgericht door de mens. Dit bleek een hele goede hulp te zijn voor alle werkzaamheden die de mens doet. Want het paard kon helpen tijdens de jacht, hij kon spullen dragen en tegelijkertijd bereden worden, hij kon helpen met de landbouw en met de sport. In de tijd van de Romeinen en de Grieken was het racen met paarden heel populair. Dit deden ze met wagens waarbij de paarden ervoor werden gespannen in aantallen van één paard, twee paarden en soms zelfs vier paarden tegelijk die voor de wagen rennen.

In Europa werden tijdens riddertoernooien ook paarden gebruikt tijdens deze duels. Paarden werden toen gefokt voor de taken die zij specifiek moesten doen. Bijvoorbeeld een renpaard had goede spieren nodig maar moest niet te zwaar zijn. En een paard die helpt met de akkers en landbouw die moet groot en sterk zijn om de grond om te ploegen. Na afloop van de WWII werden paarden een stuk minder gebruikt tijdens de landbouw want machines kwamen in opkomst. Daardoor kregen paarden een nieuwe functie dat bestond uit recreatie paardrijden en als sport paardrijden. Het fokken van paarden is in Nederland heel succesvol op internationaal niveau. Dit is ook vaak met sport paarden die daarna heel goed worden in de sport.

Soorten Paardensport

Er zijn veel verschillende soorten paardensporten een aantal populaire zijn:

  • Springen
  • Dressuur
  • Rensport
  • Parcours

Paardrijden

Op het moment dat je gaat beginnen meet paardrijden moet je een aantal basis oefeningen beheersen. Dit leer je van een instructeur die een expertise heeft met paardensport. En je moet rijden op een ingereden paard die heel braaf is zodat je relaxed je rijgevoel kan ontwikkelen.

Als je op een paard zit, dan moet je altijd een goede houding aannemen zodat je er goed op blijft zitten. Ook is dit belangrijk voor het paard die dan je bewegingen dan kan volgen. Zo’n zit neem je aan door rechtop te zitten en je schouders ontspannen te houden naar achteren. Je elle bogen moet je niet laten uitsteken en je moet je bovenarmen relaxed naar beneden houden. En met je handen hou je de teugels vast die iets boven de schoft van het paard zitten. En je duimen moet je naar boven houden met je knokkels naar voor. En die moeten soepel zijn op de beweging van het paard. De teugels moet je altijd niet te strak houden maar ook niet te los zodat je het paard in bedwang houd. Ook moet je met je handen mee bewegen met de paardenmond zodat het paard ook opgewekt en oplettend is.

Met je benen hou je ook een ontspannen houding aan door je bovenbeen en je knie stil te houden tegen het zadel aan. En je knie moet niet van richting veranderen. Want dan kan je met je onderbenen zachtjes duwen tegen de buik van het paard zodat hij iets harder gaat lopen. Je onderbeen hang dan net na de singel. En je voeten zitten in de beugels waarbij je je hakken naar beneden moet houden om te voorkomen dat je voet niet in de beugel gaat.

Om goed te kunnen zitten op het paard, dan moet je de juiste maat hebben voor de beugelriemen waar je voeten in komen. Je kan dit aanpassen voordat je op het paard gaat door je arm uit te strekken en de maat te veranderen. Als je eenmaal zit kan je de beugels nog extra aanpassen want als je eenmaal zit dat voelt het nog net wat anders. Je kan dit ook bekijken in de spiegels in een bak die in veel maneges aanwezig zijn.

Wedstrijden

Springwedstrijd

Tijdens een springwedstrijd moet je van te voren goed leren springen en ook heel ervaren zijn voordat je aan zo’n wedstrijd gaat deelnemen. Bij het springen moeten je stijgbeugels veel hoger zitten omdat je in een zit gaat aannemen die verlichte zit heet. Zo kan je soort van gaan staan in je beugels om goed over een sprong te kunnen gaan. Om door te stromen naar een hogere klasse, moet je winstpunten halen die je vaak alleen krijgt als je in de top 3 eindigt.

Er zijn 4 niveaus met springwedstrijden:

  • B hindernissen met een hoogte van max. 1 meter.
  • L hindernissen met een hoogte van max. 1,1 meter.
  • M hindernissen met een hoogte van max. 1,2 meter.
  • Z hindernissen met een hoogte van max. 1.3 meter.

Een ruiter moet tijdens een springwedstrijd een overhemd, een plastron, rijbroek, rijjasje, rijlaarzen, en cap op. Als het heel warm is kan de jury beslissen dat een jasje niet gedragen hoeft te worden. En bij heel regenachtig weer kan de jury besluiten dat iedereen een regenjas aan moet. Een paard mag beschermers aanhebben als ze maar schoon zijn en hij moet een mooi dekentje onder het zadel hebben.

Dressuurwedstrijd

Op het moment dat je wilt gaan deelnemen aan een dressuurwedstrijd, moet je heel goed kunnen paardrijden en je paard ook goed kunnen manoeuvreren. Bij zo’n proef moet je meerdere oefeningen doen die de jury dan beoordeeld. Zo’n proef word vaak voorgelezen maar je moet het soms ook uit je hoofd weten. En je moet natuurlijk heel veel oefenen met je paard.

Tijdens dressuurproeven word je beoordeeld op oefeningen waarbij je een cijfer van 1/10 kan krijgen. De manier hoe je zo’n oefening uitvoert is heel belangrijk voor het cijfer wat je krijgt. Er word door de jury gelet of je bij de juiste letter een oefening uitvoert, je geen tempo verliest op het moment dat het paard een bocht maakt, of je geen hoeken in de bak afsnijd en of je voltes goed rond zijn en van de juiste grootte zijn. Bij dressuur heb je dezelfde niveaus als bij springen: niveau B, niveau L, niveau M en niveau Z. Alleen is bij dressuur dat elk niveau de oefeningen zwaarder en moeilijker zijn. En je moet ook winstpunten halen om in een hoger niveau te komen.

De kleding die je moet dragen tijdens een wedstrijd moet heel netjes zijn. Ook moet je paard heel schoon en goed uitzien. De ruiter moet een witte blouse aan waarboven een zwart jasje komt. En je moet een witte rijbroek dragen. Met bijpassende handschoenen die bijvoorbeeld ook wit zijn. En een witte plastron of stropdas. En schone rijlaarzen die schoon zijn. Ook moet je een cap op hebben of hoge hoed. Je haar moet je in een knot zitten met een haarnetje eroverheen. In de niveaus L en B mag je een zweep en sporen gebruiken. Bij de niveaus Z en M is het verplicht om sporen te dragen en mag je geen zweep meer gebruiken tijdens wedstrijden.

Vergelijkbare artikelen

Ballet

4 maanden geleden 0

Biljart

3 maanden geleden 0

Feyenoord

2 jaar geleden 0

Your e-mail address will not be published. Also other data will not be shared with third person. Required fields marked as *